want spreken is goud waard

Get Adobe Flash player

Wat is een articulatiestoornis?

Articulatiestoornissen

Het gaat hier om het niet of verkeerd uitspreken van één of meerdere klanken. Het gaat dus om stoornissen op klankniveau.

Het produceren van spraak is een complex proces, waarbij meerdere factoren een rol spelen. In de eerste drie levensjaren leert het kind de klanken die het zelf actief produceert af te stemmen op de klanken die het hoort in de omgeving. Hiervoor is een goed auditief en visueel functioneren vereist, alsook een goede motorische ontwikkeling en anatomisch normale en functionele spraakorganen.

Tegen het derde levensjaar kent het kind de meeste klanken en kan het die actief produceren (uitzondering: /s/ en /r/). Wanneer het articulatiesysteem is opgebouwd wordt het uitspreken van klanken een automatisch proces. De uitspraak staat in ons geheugen gegrift (dit is opvallend wanneer men iemand een andere taal dan zijn moedertaal hoort spreken). Dit maakt dat foutief ontwikkelde spraakpatronen weer moeilijk af te leren zijn (vandaar kinderen met schisis zo snel mogelijk opereren).

We kunnen articulatiestoornissen als volgt indelen:

1. Functionele articulatiestoornissen

2. Myofunctionele articulatiestoornissen

3. Neurologische articulatiestoornissen

 

1. Functionele articulatiestoornissen

Het betreft hier articulatiestoornissen, geassocieerd met problemen met het leren: het articulatiegedrag is afwijkend doordat er fouten zijn geslopen in het leerproces. Het gaat hier dus in essentie om foutieve gewoonten in de wijze waarop wordt gearticuleerd. De functionele articulatiestoornis kan worden opgesplitst in fonetische articulatiestoornissen en/of fonologische articulatiestoornissen.

Fonetische articulatiestoornissen hebben te maken met een verstoring in de planning of uitvoering van articulatiebewegingen.

Fonologische stoornissen hebben te maken met het gebruik van spraakklanken binnen de taal.

 

2. Myofunctionele articulatiestoornissen

Dit subtype van articulatiestoornissen wordt geassocieerd met problemen van structurele aard. Het articulatiegedrag wijkt af ten gevolge van of ter compensatie voor afwijkingen in het primaire mondgedrag, het slikken en/of andere myofunctionele stoornissen.

Wanneer bijvoorbeeld de oorzaak van de gebitsafwijking van functionele aard is, zullen ongewenste mondgewoonten, zoals tongpersgewoonte, een interdentale of addentale slik, mondademen, zuiggewoonten, nagelbijten, moeten afgeleerd worden om te voorkomen dat na de orthodontische behandeling een terugval optreedt. Gebitsafwijkingen en ongewenste mondgewoonten kunnen spraakafwijkingen tot gevolg hebben. 

Myofunctionele stoornissen kunnen het gevolg zijn van:

  • organische oorzaken: te grote/te kleine tong, te grote amandelen, chronisch ontstoken amandelen, zeer smal gehemelte, lip/kaak/gehemeltespleet (schisis), onderkaak steekt uit t.o.v. de bovenkaak, vooruitstekende kin, neuspassageproblemen en allergieën
  • functionele oorzaken: flesvoeding, open ruimte tijdens tandwisseling, zuiggewoonten (duim- en vingerzuigen, tong- en lipzuigen, speenzuigen), bijtgewoonten (nagelbijten, lip-, wang- en tongbijten en tandenknarsen), extra-orale gewoonten (leunen, slaaphoudingen), mondademen.



3. Neurogene articulatiestoornissen(dyspraxie en dysartrie)

Deze vorm van articulatiestoornissen wordt geassocieerd met problemen van neurologische aard (bijvoorbeeld gevolg van stoornissen in de spiercontrole, een zwakte, traagheid of een incoördinatie van het spreekmechanisme, gevolg van letsels in het centraal en/of perifeer zenuwstelsel…). (Stes, 1997)

  • Dyspraxie

Deze kinderen hebben problemen met het vinden van de juiste articulatiestanden. Zij kunnen de verschillende articulatieplaatsen niet vinden en onthouden. Ook de opeenvolging van verschillende spraakstanden kunnen zij niet onthouden. Typerend = bewust kunnen zij bepaalde klanken niet produceren, onbewust wel (wangen bol zetten op bevel kunnen zij niet, ballon opblazen wel = op onbewuste wijze wangen bol zetten). Het probleem ligt in de sturing of de planning, de programmering vanuit de hersenen: de hersenen kunnen de articulatie-organen niet sturen tot het uitvoeren van bepaalde mondstanden. Het letsel is niet aantoonbaar. 

  • Dysarthrie
Het letsel is wel aantoonbaar. Deze kinderen kunnen bepaalde klanken of mondstanden gewoon niet vormen, noch bewust, noch onbewust. 
Er is sprake van een stoornis in de spiercontrole. Het gaat niet, zoals bij dyspraxie, om een sturingsstoornis, maar wel om een uitvoeringsstoornis. De spieren zijn als het ware verlamd. In vele gevallen zijn er ook andere motorische problemen vast te stellen (bv tong of ledematen verlamd).
 
CONTACT
 
Logopedie Pajottenland
Jana Verzele - Logopedist

 
Schapenstraat 31
1750 Sint-Martens-Lennik
 
G: 0485 966 048